Testaccio in Rome

Bijgewerkt: 15 apr 2018

8 maart 2018


Acht maart waren we een dagje in Rome om de wijk Testaccio beter te leren kennen. Een wijk die niet direct de schoonheidsprijs verdient maar toch wel bijzondere plekken heeft die de moeite waard zijn om te bekijken. Een wijk die door de toeristen niet vaak bezocht wordt maar een waar walhalla is voor lekkerbekken.

We parkeerde de auto op de piazzale dei Partigiani, vlakbij de pyramide en het gelijknamige metrostation. Vandaar uit zijn we eerst naar de overdekte markt gelopen die je vind aan het einde van de via Galvani. Een markt waar je van alles kan vinden op het gebied van eten. Brood, vlees, patisserie, vis, groente, fruit. Noem het en het is er. Maar er zijn ook kramen met kleding, schoenen, huishoudelijke spullen, diervoeding. Echt van alles. Je kunt daar dus uren rondsnuffelen als je zou willen.

Aan het einde van deze straat staat het oude slachthuis, het Mattatoio, dat in 1890 werd geopend. Het slachthuis heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in de keuken van Testaccio. De arbeiders die daar werkte kregen ipv loon hun salaris in vlees uitbetaald. Ze kregen een quinto quatro, 1/5 en dat deel van het karkas waartoe de organen, de kop, de staart en de hoeven behoorden.  Daar kon het slachthuis eigenlijk niet veel mee omdat het snel bedierf.  Omdat de arbeiders niet ook niet echt de vaardigheden hadden om er iets culinairs van te maken, brachten ze het vlees naar de restaurants. En zo komt het dat we vandaag de dag nog steeds de klassieke Romeinse gerechten als 'coda alla vaccinara '(gesmoorde ossenstaart), trippa all aromana (langzaam gegaarde pens in tomatensaus) en rigatoni alla pajata (pasta met ingewanden van kalveren, lammeren of jonge geitjes) op het menu zien staan, die in die tijd dus zijn ontstaan. Recht tegenover het slachthuis vind je dan ook tal van gezellige restaurantjes. En wees gerust, ze hebben meer dan alleen gerechten met ingewanden.  Een van de bekendste eetgelegenheden in Testaccio is Il Checchino dal 1887. We lopen weer terug richting via Marmorata.Op de kruising van de via Galvani en via Nicola Zabaglia, kunnen we al een stuk van de 'Monte di cocci' , ( de schervenberg) aanschouwen.



Aan de via Nicola Zabaglia nr 24 bevind zich de toegangspoort. Helaas kun je de schervenberg alleen maar op onder begeleiding van een gids waarvoor je eerst een afspraak moet maken. In het cafeetje recht tegenover kun je even binnenlopen. Daar hangen foto's van de schervenberg zoals die er ooit uitzag. Bij biologisch restaurant/bar Ketumbar in de via Galvani kun je een aperito of pranzo nemen en eet je "tussen" de potscherven. En....was Ilja Gort hier ook niet geweest?



En als je dan tussen de keurig opgestapelde potscherven zit te lunchen vraag je je af wat het verhaal is achter deze berg van scherven, de Monte dei Cocci zoals hij in de volksmond heet. Dat verhaal heeft zijn ontstaan in 140 v. Chr tot de III eeuw n. Chr.  Het is een kunstmatige heuvel van ongeveer 36 m hoog, met een doorsnede van 1 km. en is eigenlijk niet meer dan een oude Romeinse stortplaats. Het bestaat uit netjes gerangschikte scherven afkomstig van meer dan 53 miljoen amforen die gebruikt werden om olie, afkomstig uit Betica (het huidige Andalusië) te transporteren. Met name de amforen waar olie in getransporteerd werden zorgde voor een bijkomend probleem. Deze amforen kwamen aan in de haven van Rome en werden vervolgens naar deze plek, een oude rivierhaven, getransporteerd, waar de amforen werden geleegd. De inhoud werd in kleinere kruiken overgeheveld en vervolgens verkocht op de markten. De wet schreef echter voor dat de amforen vernietigd moesten worden omdat de resten die achterbleven in de amfoor voor bederf zorgde. De amforen werden daarom stukgeslagen. De scherven werden netjes gesorteerd en gestapeld zodat er geen verlies was van ruimte. Daarna werd er kalk overheen gestrooid die de stank die het ontbinden van de olieresiduen met zich meebracht, tegen te gaan. Tevens was het een goed hechtingsmiddel zodat de potscherven op hun plek bleven en voor een zeer stabiele berg zorgde. Dat is ook de reden dat deze berg er vandaag de dag nog staat en in tact is.

Wij gaan niet de berg op maar wandelen naar de voet van de pyramide waar je het enige niet Katholieke kerkhof van Rome kunt vinden. De begraafplaats is gebouwd in 1716. In die tijd was het verboden om als niet-katholiek -  inclusief protestanten, joden en orthodoxen, mensen die zelfmoord hadden gepleegd, acteurs - begraven te worden in de gewijde grond. Zij werden na de dood "verdreven" uit de christelijke gemeenschap en begraven buiten de muren van de stad of aan de uiterste rand van de muren. Een begraafplaats die aan de acteurs, prostituees en zondenaars was gewijd, lag bijvoorbeeld buiten de Porto Pinciana, op de begraafplaats Muro Torto. De joodse begraafplaats lag aan de andere kant op de Aventino heuvel tegenover het Circus Maximus waar zich tegenwoordig de gemeentelijke rozentuin bevind. Om deze begraafplaats te bezoeken wordt bij de ingang een donatie gevraagd van € 3,00. Dit is om de graven en paden te kunnen onderhouden, wat door vele vrijwilligers wordt gedaan en om de vele zwerfkatten te voorzien van eten. Het is een prachtig kerkhof, zoals er eigenlijk vele zijn in Italië. Vele beroemdheden hebben hier hun laatste rustplaats gevonden. Ik noem John Keats , Percy Bysshe Shelley , Antonio Gramsci , Carlo Emilio Gadda , Emilio Lussu

Maar het meest aangrijpende is wel het graf met  de 'Engel des wanhoops'   (tenminste zo noem ik haar/hem maar) van de familie Story uit 1894.  Deze prachtige sculptuur, die ontworpen en vervaardigd is door William Story (rechter-beeldhouwer) zelf, voel je gewoon letterlijk de pijn en het verdriet die hij heeft gehad om het verlies van zijn vrouw Emelyn en hun 6 jarige zoontje. Ik wordt er gewoon stil  van en voel zelfs de pijn. Dat een beeld zoiets met je kan doen...echt heel bijzonder en prachtig weergegeven. Kort na de voltooiing van deze "Angel of grief/pain", overleed ook hij. De engel bewaakt nu hun familiegraf.



Na dit moment van stilte en bezinning gaan we terug naar de auto. Om uit te rijden moet je 1 trap naar beneden en bij de kassier je uitrijkaartje kopen. Die vraagt je hoe laat je bent binnengereden. Je krijgt namelijk geen inrijkaart mee. De slagboom gaat direct open als je het terrein oprijdt. En prijs om te parkeren was echt spotgoedkoop!  Zeker als je Nederlandse parkeerprijzen gewend bent.

We rijden door naar Via di Tor Marancia. Eigenlijk zomaar een straat in de buitenwijk van centrum van Rome. Maar, eenmaal daar weet je niet wat je ziet. In 2014 werd Tor Marancia geselecteerd in het kader van de projecten van 'het Italiaanse paviljoen" op de 15e Internationale Architectuurtentoonstelling van de Biënnale van Venetië.   Op 11 gebouwen in de via di Tor Marancia hebben 22 kunstenaars uit tien verschillende landen tussen 2014 en 2015 hun werken gerealiseerd en waardoor is het district getransformeerd tot het eerste condominium museum in de wereld dat door duizenden bezoekers wordt bezocht.

www.umbrievakantie.com

0 keer bekeken

ADRES
B&B - appartement
Vista sull'oliveto 

Vocabolo acquavigna 305032 Poggiolo (TR) Umbria Italia

 

CONTACT: 
vistasulloliveto@gmail.com
GSM Ed: 0031-610683848
GSM Heleen: 0039-3484802777 

  • Instagram
  • Facebook Social Icon
  • Google+ Social Icon
  • Pinterest Social Icon
  • Google Places Social Icon
  • Trip Advisor Social Icon

© vistasulloliveto2018